Houd het behapbaar, niet te zwaar (dus: positief) en ben er als ouder voor je kind.

Verhuizen

Kinderen hechten veel waarde aan veiligheid om zich heen en de cirkel waarbinnen ze zich veilig voelen is nog klein. Hun kamertje, het huis, de tuin, dat is het wereldje (of territorium) waarbinnen ze zich veilig voelen. Een kleine verandering binnen hun beleveniswereld kan voor kinderen al grote gevolgen hebben. Verplaats de bank maar eens in huis, schilder een muur groen (of oranje) of geef je kind een andere plek aan tafel. Weg veilig gevoel, kaders en houvast.

De rituelen en het daarbij horende aangeleerde gedrag staan op losse schroeven. Opeens gaat je kind minder eten, slaapt slecht op gaat weer in zijn broek plassen. Laat staan dat je deze veilige cirkel gaat verlaten door te verhuizen. Het is daarom zaak om – afhankelijk van de leeftijd van je kind – een verhuizing te delen met je kind en hem of haar zo veel mogelijk bij de verhuizing te betrekken. Bespreek hierbij niet alleen de positieve zaken (groter, mooier, tuin op het Zuiden), maar geef je kind ook de ruimte het gemis te bespreken (mijn oude vriendjes, die lieve hond van de buren, mijn juf). Zeg alleen niet te vroeg dat je gaat verhuizen. Kinderen hebben namelijk een totaal ander gevoel bij ons begrip ‘tijd’. Het te vroeg zeggen levert onnodig veel stress op. Bij zowel de ouders als bij het kind. Het kind zal bijna dagelijks vragen wanneer deze spannende verandering plaats gaat vinden en de ouders moeten dus dagelijks zeggen dat het nog lang duurt. Ik weet zeker dat je bij de 20ste keer minder rustig reageert als ouder, waardoor het onderwerp verhuizing opeens beladen gaat worden. En vergeet niet de leerkracht in te lichten op het moment dat je het verteld heb. Zij kunnen het proces wat betreft het afscheid nemen op school vergemakkelijken.

Wij hebben de neiging om in een nieuw huis alles lekker nieuw te doen. Nieuwe bank, nieuwe tafel en wat niet meer. Om de overstap naar een nieuwe omgeving zo plezierig en veilig mogelijk te maken is het raadzaam om in eerste instantie zijn of haar kamertje zo veel mogelijk hetzelfde te laten als in het oude huis. Hierdoor is de veiligheid voor het kind gewaarborgd en heeft het in ieder geval een veilig plek waar hij of zij zich terug kan trekken. Betrek je kind ook zo veel mogelijk in de keuzes die je maakt en laat hem of haar zelf oplossingen bedenken voor bijvoorbeeld zijn of haar nieuwe kamer, de nieuwe sportvereniging of het blijven zien van oude vriendjes. Zoek samen nieuwe spullen uit, laat je kind meebepalen in de kleuren van zijn of haar nieuwe kamer, laat je kind helpen dozen in te pakken. En als je het aandurft; laat je kind helpen met het schilderen van zijn of haar nieuwe kamertje. Dit geldt ook voor de keuze voor een nieuwe school. Een dag wennen in de nieuwe omgeving doet wonderen.

Maar bovenal; houd het behapbaar, niet te zwaar (dus: positief) en ben er als ouder voor je kind. Uiteindelijk voelt een kind zich het veiligst als je als ouder in de buurt bent.

Nog wat tips:

  • Maak voor een bepaalde periode in de nieuwe kamer van een kind een fotohoekje met foto’s van het oude huis, zijn juf en alles wat hem of haar dierbaar is. Doe hetzelfde in zijn oude kamer, maar dan met herinneringen die nog gemaakt moeten worden. Dus: de nieuwe school, de nieuwe juf en het nieuwe huis.

  • Neem een stukje “oud huis” mee naar het “nieuwe huis” en zet alvast een stukje “nieuw huis” in het “oude huis”. Dit kan bijvoorbeeld door een potje grond neer te zetten in de oude en nieuwe woning met daarin een zaadje. Het kind moet het zaadje water geven en het plantje verzorgen. Zo houdt hij of zij oude herinneringen in leven en laat hij nieuwe herinneringen groeien.

  • Bouw een feestje (is altijd leuk). Zowel bij het vertrek uit de oude woning als bij het betrekken van de nieuwe woning.